Mama en meer

Taalproductie

Wanneer we spreken over taalontwikkeling tijdens het eerste levensjaar, moeten we natuurlijk een onderscheid maken tussen de taal die het kind opvangt, de taalreceptie, en de taal die het kind zelf produceert, de taalproductie. In dit artikel gaan we wat dieper in op één aspect van de taalproductie.

 

Internationale baby’s

Het eerste levensjaar wordt door taalkundigen de prelinguale periode genoemd, niet omdat er nog geen sprake is van taal, maar omdat er nog geen sprake is van EEN taal. Onze taal is niet genetisch bepaald of aangeboren, wel ons vermogen om een taal te leren. En tijdens het eerste levensjaar is de taalproductie min of meer dezelfde bij alle kinderen ter wereld. Kinderen maken in deze levensfase nog geen gebruik van conventionele taaltekens, maar ze communiceren natuurlijk wel. Daarnaast werken ze ook volop aan de ontwikkeling van hun stem, hun klankproductie.

Mens(elijk)

Jonge mama’s en papa’s praten intuïtief veel tegen hun baby. Het lijkt misschien vreemd om te praten tegen een baby die zelf niets zegt (en waarschijnlijk ook geen woord begrijpt van wat je zegt), maar het is wel erg belangrijk. Wetenschappelijk onderzoek heeft immers aangetoond dat kinderen heel anders reageren op menselijke vormen en geluiden dan op andere vormen en geluiden.

Interactie

Een allereerste stap in het communicatieproces, zo rond zes à acht weken, vindt plaats wanneer ouder en kind elkaar aankijken en op elkaar reageren, ook al wordt daarbij niet altijd taal gebruikt. Dit is ook de leeftijd waarop baby’s een betere controle krijgen over hun oogspiertjes, en makkelijker kunnen ‘scherp stellen’ op een bepaald element in hun gezichtsveld. Wat er gezegd wordt is niet zo belangrijk, het gaat om het relationele contact en om het spel van geluiden en klanken. Pas later, rond zes maanden, worden er voorwerpen, zoals speelgoed, gebruikt bij deze interactie.

Op dit moment zijn baby’s in staat zelf voorwerpen te grijpen en vast te houden. De allervroegste vorm van interactie verdwijnt uiteraard niet, ze wordt alleen verruimd naar nieuwe elementen die tot de leefwereld van het kind gaan behoren. Bovendien zien we baby’s op deze leeftijd op een heel eenvoudige manier de aandacht van anderen trekken: in eerste instantie door ergens gericht naar te kijken, daarna door naar iets te wijzen. Leuk daarbij is dat ouders de neiging hebben om wat hun kind aanwijst, spontaan te benoemen, zodat het al op heel jonge leeftijd blootgesteld wordt aan een uitgebreid taalaanbod.

Communicatie

Vanaf negen maanden is een baby stilaan in staat om bewust, elementaire miniconversaties te voeren. Zo kunnen ze vragen om een voorwerp te krijgen, iemands aandacht op zichzelf of op iets of iemand anders richten, ongenoegen uitdrukken, iets afwijzen of plezier, verrassing, herkenning, … uiten. Dit alles doen ze natuurlijk niet met woorden, maar ze zijn zich er wel van bewust dat ze een bepaalde boodschap overbrengen. En daarin verschilt communiceren nu precies van instinctieve uitingen als wenen van de honger, bijvoorbeeld. Bovendien zien we dat baby’s vaak voor eenzelfde boodschap eenzelfde klank of gebaar gaan gebruiken. Dit zijn nog geen echte ‘taaltekens’ in de strikte zin van het woord, maar het toont wel aan dat baby’s stilaan oog krijgen voor het conventionele aspect van de taal van hun ouders.

Bronnen:

Kindengezin - Taalunieversum - Twinspiratie -Wikipedia

 

Meer topics »


Zou jij je bevalling laten fotograferen?